Kamervragen over rechtsgeldigheid CAO in onderwijs

Het artikel ‘CAO in het onderwijs niet rechtsgeldig’ van Harry van Drongelen in het decembernummer van Zeggenschap krijgt nog een politiek staartje. Kamerlid Michel Rog van het CDA heeft vandaag namelijk vragen gesteld aan staatsecretaris Sander Dekker van OCW.

De vragen luiden als volgt:
1. Bent u bekend met het artikel ‘Cao in het onderwijs is niet rechtsgeldig’, uit het decembernummer van het tijdschrift Zeggenschap?

2. Bent u het met de auteur van het artikel eens dat, alhoewel werkgevers en vakbonden in de onderwijssector collectieve afspraken over arbeidsvoorwaarden maken, van een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) geen sprake is? Zo nee, waarom niet? Onderschrijft u zijn conclusie dat daarmee de afspraken niet doorwerken naar de individuele arbeidsovereenkomst? Zo nee, waarom niet?

3. Herkent u de problemen die de auteur in zijn artikel schetst, namelijk dat er bij de overheidscentrales geen sprake is van een vereniging van werknemers, maar van verenigingen van verenigingen?

4. Herkent u dat het daarnaast de vraag is of de werkgevers in de VO-Raad wel statutair bevoegd zijn een CAO af te sluiten en dat afspraken over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het onderwijs niet kan worden aangemeld op grond van de Wet op de loonvorming en dat daarmee aan deze overeenkomst niet de status van CAO kan worden toegekend? Zo nee, waarom niet?

5. Indien u de mening van de auteur van het artikel onderschrijft, wat betekent dit dan in formele en praktische zin voor de CAO? Bent u bereid maatregelen te treffen waardoor de CAO in het onderwijs wel rechtsgeldig is? Zo nee, waarom niet?

Rog, die voordat hij in 2012 in de Tweede Kamer kwam voorzitter was van CNV Onderwijs, verwacht binnen vier tot zes weken een antwoord van Dekker.