Ieke van den Burg overleden

iekevdburgAfgelopen zondag is Ieke van den Burg op 62-jarige leeftijd overleden. Sinds 2005 schreef zij een column in Zeggenschap. Ik kende Ieke al sinds begin jaren ’90. Ik werkte als journalist bij een vakblad voor ondernemingsraden, zij zat in het federatiebestuur van de FNV waar ze onder meer medezeggenschap in haar portefeuille had. We spraken elkaar geregeld, maar na haar overstap naar het Europees Parlement verwaterde dat. Toen ik in 2005 Zeggenschap zelfstandig voortzette, leek het me nuttig om wat meer aandacht aan Europa te besteden. In de media was dat onderwerp destijds nog onderbelicht, terwijl er steeds meer regels en bevoegdheden vanuit Brussel kwamen die ook voor werkenden relevant zijn. Ik benaderde Ieke met de vraag of ze ieder nummer een ‘Bericht uit Brussel’ wilde schrijven over waar zij en haar collega’s zoal mee bezig waren. Ze nam die handschoen maar al te graag op. ‘De deadlines lagen steeds ongeveer in de kerst-, mei-, zomer- of herfstrecesweken, dus dat bood me tijd voor reflectie op ontwikkelingen die toen nog nieuw en vaak onbesproken waren’, schreef ze in het voorwoord van ‘Zeggenschap in Brussel’, dat we publiceerden naar aanleiding van haar afscheid van het Europees Parlement in 2009. Daarin stonden haar verzamelde columns, samen met een interview dat ik met haar hield over haar drijfveren en Europese ervaringen.

Sociaaldemocratisch
Van egotripperij moest ze niet hebben, het ging haar om het resultaat. ‘Eigenlijk ben ik nooit zo’n politicus geweest. IJdelheid, scoringsdrift, jezelf op de voorgrond dringen, daar ben ik niet van. Over het algemeen gaat het bij mijn werk hier toch meer om de inhoud, om het maken van beleid en wetgeving. Daar voel ik me beter bij. Het politieke proces spreekt mij namelijk wel aan. Kijken waar de ruimte ligt om mensen op één lijn te krijgen. Het afwegen van en manoeuvreren tussen verschillende belangen’, vertelde ze in het interview. Die lijn was wat haar betreft sociaaldemocratisch. Ze had de overtuiging dat de vrije markt onder stevig toezicht moest staan, met name ook om sociaal beleid te borgen. Want als bedrijven en banken hun gang konden gaan, zou het gierend uit de hand lopen en zouden werkenden daar de dupe van worden. En toen moest de kredietcrisis nog uitbreken.

Vaste werkwijze
We ontwikkelden een vaste werkwijze. Ze leverde een eerste versie aan, die steevast te lang was. Ik kortte het in, zij bracht nog enkele kleine wijzigingen aan, en samen waren we tevreden over weer een scherpe, helder en toegankelijk geschreven bijdrage over falend toezicht, scheefgegroeide beloningsverhoudingen of de strijd die gevoerd moet worden voor Europese sociale wetgeving.
Na haar afscheid van het Europees Parlement twijfelde ze of ze de column voort zou zetten. Ik spoorde haar aan dat vooral wel te doen. Ze ging namelijk geenszins op haar lauweren rusten, integendeel. Ze nam zitting in allerlei commissies en organen, en zette haar strijd voor meer sociale rechtvaardigheid op een andere manier voort. Zo regen de columns zich aaneen, over pensioenen, corporate governance en waar ze zich nog meer boos over maakte.

Ziekte
Totdat ze begin 2012 meldde dat ze een slag om de arm moest houden. ‘Vlak voor de jaarwisseling is bij mij een agressieve vorm van borstkanker ontdekt’, schreef ze me. ‘Ik hoop – op een lager pitje uiteraard – door te functioneren en zeker door te schrijven en denken, maar zal wel zuinig moeten zijn met mijn energie. Ik blijf het leuk vinden om te schrijven, dus ga zeker mijn best doen.’ En dat deed ze. Ieke verzaakte nooit, ondanks alle ellende van operaties, chemokuren en bestralingen. Na verloop van tijd knapte ze weer op, maar de ziekte kwam weer terug. Haar laatste bijdrage voor het septembernummer schreef ze tussen alle ziekenhuisopnames door. Ze bleef echter precies, en gaf na mijn redactie nog een paar wijzigingen door. ‘En dan is het inderdaad toch wel een aardig stukje weer. Succes met de redactie, zie weer uit naar het nieuwe nummer, gr Ieke’, was het laatste wat ze me mailde. Nog geen drie weken later is ze er niet meer.

Aldo Dikker