Hoger opgeleiden werken onder hun niveau

Het aannemen van werk onder niveau, onder slechte arbeidsvoorwaarden of zelfs via illegale constructies is in de huidige arbeidsmarkt begrijpelijk, maar ondermijnt de hoogwaardige kenniseconomie waar Nederland en Europa naar streven. Dat betoogt hoogleraar arbeidsrecht Mijke Houwerzijl vandaag in haar inaugurele rede aan Tilburg University.

Als de nood aan de man is, geven werknemers prioriteit aan welk werk dan ook, boven goede arbeidsvoorwaarden of loopbaanperspectieven. De schijnwerpers staan vaak op buitenlandse werknemers die banen innemen van nationale werknemers, maar ook binnenlands verdringen werknemers elkaar. Nu de banen niet meer voor het oprapen liggen, is ‘doctorandus bordenwasser’ in opmars. Tachtig procent van de arbeid op laag niveau wordt gedaan door hoger opgeleide werknemers. Zij werken meestal in deeltijd. Vaak houden afgestudeerden hun laaggeschoolde bijbaan aan zolang zij geen baan op niveau vinden. Deze sociale concurrentie staat haaks op het streven van Nederland en Europa naar een hoogwaardige kenniseconomie waarin werknemers duurzaam inzetbaar zijn.
Het is dus van maatschappelijk belang om sociale concurrentie tegen te gaan, stelt Houwerzijl. Beleidsmatig dient de blinde inzet op vergroting van arbeidsparticipatie plaats te maken voor gerichtere sturing.

In het onlangs gesloten sociaal akkoord zetten sociale partners en het kabinet sterk in op terugdringing van de rafelranden van flexarbeid. In sectoren als de bouw en uitzendarbeid proberen georganiseerde werkgevers ook de rijen te sluiten tegen concurrentievervalsing. Dit is belangrijk, maar tegelijkertijd blijft het volgens Houwerzijl dweilen met de kraan open als er geen maatregelen worden genomen om het aanbod aan ‘concurrentievervalsende’ arbeid te beperken.