Hoge Raad: vakbond mag actiemiddel zelf kiezen

De Hoge Raad heeft vandaag korte metten gemaakt met de in Nederland gangbare procedure dat stakingen van tevoren moeten worden gemeld bij de werkgever en dat dit actiemiddel pas mag worden ingezet als uiterste middel (ultimum remedium). De Hoge Raad baseert zich daarbij op artikel 6 lid 4 uit het Europees Sociaal Handvest. Deze bepaling erkent ‘teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen te waarborgen’ het recht ‘van werknemers en werkgevers op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten’.  Volgens de Hoge Raad moet dit recht breed worden uitgelegd. ‘De strekking van deze bepaling – het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen – geeft, mede gelet op het karakter van dit recht als sociaal grondrecht, geen aanleiding het begrip ‘collectief optreden’ beperkt uit te leggen. Dit brengt mee dat een werknemersorganisatie in beginsel vrij is in de keuze van middelen om haar doel te bereiken.’

Acties bij Amsta
De zaak was aangespannen door FNV Zorg & Welzijn (toen nog Abvakabo FNV) naar aanleiding van collectieve acties  en een bedrijfsbezetting die de bond in 2013 organiseerde bij twee vestigingen van zorginstelling Amsta. Amsta spande daarop met succes een kort geding aan om de acties te verbieden. Vervolgens kwam de zaak bij het Gerechtshof in Amsterdam terecht, die Amsta ook gelijk gaf. De Hoge Raad ‘vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2014; verwijst het geding naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.’