CAO in onderwijs is niet rechtsgeldig

Hoewel werkgevers en vakbonden in de onderwijssector collectieve afspraken over arbeidsvoorwaarden maken, is van een CAO geen sprake. Het gevolg daarvan is dat de afspraken niet doorwerken naar de individuele arbeidsovereenkomst. Dat zegt Harry van Drongelen van de vakgroep sociaal recht van de Universiteit van Tilburg in het vandaag verschenen nummer van Zeggenschap.

Volgens Van Drongelen zijn er drie problemen die ervoor zorgen dat er van een CAO geen sprake kan zijn. In de eerste plaats onderhandelen vanuit werknemerskant de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP FNV) en Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel (CCOOP). Dit zijn koepels van verschillende vakbonden. Daarmee vertegenwoordigen de onderhandelaars de aangesloten bonden en niet de werknemers. Dat is in strijd met de Wet op de CAO, waarin uitdrukkelijk staat dat het om een vereniging van werknemers moet gaan. In de tweede plaats vraagt Van Drongelen zich af of de werkgevers in de VO-raad wel statutair bevoegd zijn een CAO af te sluiten. De VO-raad kent twee soorten leden, A-leden en B-leden. Volgens de statuten mag de raad alleen een CAO voor de A-leden afsluiten, terwijl het bereik van de CAO ook de B-leden betreft.

Wettelijk obstakel
In de derde plaats is er een wettelijk obstakel. In de Wet op de loonvorming staat dat afspraken over collectieve arbeidsvoorwaarden pas de status van CAO krijgen als deze overeenkomst door partijen (schriftelijk) is ge­meld bij de minister van SZW en de minister een kennisgeving van ontvangst heeft gestuurd. Maar in de Wet op de loonvorming is be­paald dat deze wet niet van toepassing is op de arbeidsver­houding van personen die werk­zaam zijn aan een onderwijsinstelling. ‘Dat betekent weer dat de afspraken over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het onderwijs niet kan worden aangemeld op grond van de Wet op de loonvorming en dat daarmee aan deze overeenkomst niet de status van CAO kan worden toegekend’, aldus Van Drongelen.

(Het complete artikel staat in het decembernummer)