Bestuurders nemen OR niet serieus

Bestuurder passeren ondernemingsraden bij advies- en instemmingsrecht en oefenen druk uit om geen gebruik te maken van het scholingsrecht. Dat komt naar voren uit ‘SBI Formaat MonitOR 2015 – 2016, alle uitkomsten van het grootste onderzoek naar de stand van de medezeggenschap in Nederland’, dat eind deze maand verschijnt en waarvan een voorpublicatie in het juninummer van Zeggenschap staat. ‘Blijkbaar nemen bestuurders ondernemingsraden vaak nog steeds niet echt serieus’, aldus onderzoekers John Snel en Simone van Houten van SBI Formaat.

Advies- en instemmingsrecht
Uit de MonitOR blijkt dat  60% van de OR’en in 2015 één of meer keer geen adviesaanvraag heeft ontvangen, terwijl dat volgens de OR wel had gemoeten. En 19% stelt zelfs drie keer of vaker geen adviesaanvraag te hebben gehad. Bij het instemmingsrecht geeft 38% van de OR’en aan in 2015 één of meer keer geen instemmingsverzoek te hebben ontvangen en zegt 10% minstens drie keer geen instemmingsverzoek te hebben gekregen.
‘Ondernemingsraden worden dus geregeld niet bij de besluitvorming betrokken, waardoor de OR zijn invloed ook niet optimaal kan laten gelden. Hetzelfde beeld vinden we terug als het gaat om de beoordeling van de bijdrage aan de besluitvorming in de organisatie in het algemeen. De OR’en geven zichzelf op dit punt gemiddeld een 6,8 als rapportcijfer. In kleine organisaties is dit cijfer behoorlijk lager: een 6,1.’

Scholingsrecht onderbenut
Snel en Van Houten hebben ook gevraagd naar gebruikmaking van het scholingsrecht. OR-leden hebben wettelijk recht op minimaal 5 scholingsdagen per jaar. Uit de MonitOR komt naar voren dat in 2015 een kwart (26%) van de OR’en 2 dagen op scholing is geweest, slechts 15% heeft 5 of meer dagen scholing gevolgd en 17% van de OR’en heeft in 2015 helemaal geen scholing gevolgd. Het gemiddeld aantal dagen dat men in 2015 met de hele OR (en/of met OR-commissies) scholing heeft gevolgd is iets meer dan 2,5.
‘Het scholingsrecht wordt dus flink onderbenut’, concluderen Snel en Van Houten. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat zij minder scholing nodig hadden (34% noemt dit) en een gebrek aan tijd (28%). Maar ook hier speelt de bestuurder een rol. Hoewel het scholingsrecht een zelfstandig recht is en OR-leden voor scholing niet afhankelijk zijn van de toestemming van de bestuurder, blijkt dat OR’en toch vaak om toestemming vragen om scholing te volgen. Slechts een kwart van de OR’en vraagt nooit om toestemming en bijna de helft van de OR’en altijd. En áls er dan toestemming wordt gevraagd, blijkt ook nog eens dat de bestuurder hiervoor in 27% van de gevallen soms en in 2% van de gevallen vaak of altijd geen toestemming geeft. ‘Daarnaast is onze stellige indruk dat een belangrijke factor in de onderbenutting van het scholingsrecht ook ligt in de druk die op OR’en uitgeoefend wordt om vooral niet te veel, niet te vaak en niet te duur op scholing te gaan’, aldus Snel en Van Houten in Zeggenschap.