Torn niet aan algemeen verbindend verklaren van CAO’s

In het recente verleden hebben VVD en D66 regelmatig het algemeen verbindend verklaren van CAO’s ter discussie gesteld. Vakbonden en werkgevers vrezen daarom dat dit instrument bij de onderhandelingen over een nieuw regeerakkoord wel eens zou kunnen sneuvelen. Dat zou echter grote gevolgen hebben. ‘Als in het regeerakkoord komt te staan dat CAO’s niet meer algemeen verbindend worden verklaard, betekent dit dat de grondslag voor bedrijven die in werknemers, de sector en daarmee in de economie als geheel willen investeren poreus wordt’, zeggen Saskia Boumans (FNV), Laurens Harteveld (AWVN en Michel Donners (CNV Vakmensen) in het juninummer van Zeggenschap.

Simpele rekensom
Tegenstanders van AVV vinden dat het algemeen verbindend verklaren van CAO’s teveel een keurslijf is, dat de mogelijkheden van ongebonden werkgevers beperkt om arbeidsvoorwaarden specifiek op hun maat af te stemmen. ‘Daarbij wordt eraan voorbij gegaan dat AVV een essentieel onderdeel is van CAO-vorming. Het instrument van het algemeen verbindend verklaren werd namelijk ontwikkeld ter ondersteuning van de CAO.’ Daarmee doelen Boumans, Harteveld en Donners op het voorkomen van concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Een simpele rekensom leert dat het beter is AVV te behouden. ‘Uit onderzoek blijkt dat circa 4,25 miljoen werknemers direct onder een bedrijfstak-CAO vallen en dat 750.000 werknemers via AVV aan deze CAO’s zijn gebonden. Zonder AVV zou neerwaartse concurrentie op arbeidsvoorwaarden plaatsvinden voor 4,25 miljoen werknemers. Mét AVV gelden de CAO-afspraken over kwaliteit, duurzaamheid en innovatie ook voor de genoemde 750.000 werknemers. Met andere woorden: de voordelen van AVV wegen zwaarder dan de nadelen.’

Klemmend beroep
Vakbonden en werkgevers doen dan ook een klemmend beroep op de onderhandelaars om niet te tornen aan het algemeen verbindend verklaren van CAO’s. ‘In 2016 vindt ruim 80% van alle werknemers een CAO belangrijk en is ruim 80% van alle werknemers tevreden met de CAO voor hun bedrijf. Ook werkgevers met een CAO staan positief tegenover de CAO. Dit geldt ook voor werkgevers die via een AVV aan een CAO zijn gebonden. Wij roepen daarom het kabinet op om de Wet op de AVV en de Wet op de CAO ongemoeid te laten. Op basis van deze wet- en regelgeving kunnen CAO-partijen doorgaan met de vormgeving van moderne en passende arbeidsvoorwaarden van 5 miljoen werknemers in Nederland. Wij vragen het nieuwe kabinet deze moderniseringsslag niet te frustreren met averechts werkende wet- en regelgeving.’