Maak van het OR-werk een beroep

Een tijdje terug werd ik gevraagd om op te treden voor leden van de verschillende ondernemingsraden bij de Belastingdienst. Ik moest met een prikkelende stelling komen, en daar zou dan over gediscussieerd worden. Daar ben ik natuurlijk altijd voor in.

Eigenlijk is dat gedweep met de grote invloed van de ondernemingsraad me al jaren een doorn in het oog. De meeste OR’en, zeker in het midden- en kleinbedrijf, zijn helemaal niet opgewassen tegen hun directie. De reden daarvoor is vrij logisch: de OR bestaat uit vrijwilligers, die moeten overleggen of onderhandelen met professionals. Om die machtsongelijkheid op te lossen kun je het best de ondernemingsraad professionaliseren. Maak een beroep van het OR-voorzitterschap (en bij grotere OR’en van het dagelijks bestuur), was mijn stelling. Tot mijn vreugde bleken de meeste OR-leden van de Belastingdienst het met deze stelling eens te zijn. Kennelijk ervaren ze de machtsongelijkheid zelf ook. Kritiek kwam er vooral van de zijde van de ook aanwezige OR-trainers, vakbondsbestuurders, en organisatieadviseurs, die natuurlijk hun bestaansrecht ontlenen aan die machtsongelijkheid (zeg ik daar maar even heel vilein bij).

Nu ja, om een lang verhaal kort te maken heb ik deze stelling wat uitgewerkt voor een artikel in het juninummer van Zeggenschap, dat u hier kunt lezen. Indien u wilt reageren, op deze website of in het tijdschrift, kunt u contact met ons opnemen. Een beetje discussie kan immers nooit kwaad.