Een vakbondshand is snel gevuld

‘Mensen willen een strijdbare vakbond’, kopt de website joop.nl. De intro van het stuk is veelbelovend: ‘Steeds meer Nederlanders willen dat vakbonden ‘veel hardere politiek voeren’. Abvakabo zou te activistisch zijn, maar in Nederland bestaat veel draagvlak voor een veel hardere vakbondskoers.’

Heel twitterend vakbondsland kraaide van plezier. ‘Zie je wel’, lijken ze te willen zeggen, ‘er is latent heeeeel veel steun om harde actie te voeren en als we dat nu maar blijven doen komen de leden vanzelf.’

Vast wel. We doen wel alsof we willen polderen, maar diep van binnen schuilt de actie. Dat blijkt wel uit ons verleden met tal van geslaagde stakingen en bedrijfsbezettingen, en met het stemgedrag waar we regelmatig een linkse meerderheid halen. Not.

We zijn een land van slapjanussen die niet van verandering houden: conservatief tot op het bot. Zelfs het meest linkse kabinet ooit, het kabinet De Uyl, kon niet eens stoelen op een progressieve meerderheid. Problemen worden niet aangepakt, maar weggemasseerd door een commissietje hier en een commissietje daar. En na heel veel van die commissietjes komt er een aanbeveling en veranderen we, heel voorzichtig. Polderen zit in ons bloed.

Maar hoe zit het dan met dat onderzoek? Hmm, ik zou zeggen, lees de vraag eens. ‘De vakbonden moeten een veel hardere politiek voeren willen zij de belangen van de werknemers kunnen behartigen’, zo luidt die. In 2012 was 46,4% het met deze stelling eens, een toename ten opzichte van 2007, toen 40,7% dit onderschreef. Met andere woorden, in crisistijd is het moeilijker de belangen van werknemers te behartigen en moet je vaker actie voeren om je zin te krijgen dan als het economisch goed gaat. Ja duhuh. Dat noemen we een open deur. En dan is nog niets eens de helft van de ondervraagden het hier mee eens! Tja, een vakbondshand is kennelijk snel gevuld.